Aan het schriftelijkheidsvereiste ligt de gedachte ten grondslag dat daarin een bijzondere waarborg is gelegen dat de werknemer de consequenties van het voor hem bezwarende concurrentiebeding goed heeft overwogen (arrest Philips/Oostendorp). Aan het schriftelijkheidsvereiste kan volgens dit arrest zijn voldaan indien het beding is opgenomen in een ander document dan het document dat de werknemer heeft ondertekend, mits: – De arbeidsvoorwaarden als bijlage bij het ondertekende document waren gevoegd en dat in het ondertekende document naar de arbeidsvoorwaarden is verwezen; – De werknemer in het ondertekende document uitdrukkelijk heeft verklaard dat hij instemt met het concurrentiebeding. Volgens de Hoge Raad ziet artikel 7:653 lid 1 BW en het daarin opgenomen schriftelijkheidsvereiste ook op het relatiebeding. De overwegingen van Philips/Oostendorp dienen dan ook mede op dergelijke bedingen te worden betrokken. De Hoge Raad overweegt voorts dat de eisen van voornoemd arrest strikt moeten worden uitgelegd.