Werknemer heeft een concurrentiebeding en wenst in dienst te treden bij een nieuwe werkgever (een directe concurrente van werkgever). Bij de nieuwe werkgever verdient werknemer een 30% hoger basissalaris. Er is sprake van een positieverbetering. Van aanzienlijke investeringen in de opleiding van werknemer is onvoldoende gebleken. Ook heeft de oude werkgever onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de werknemer concurrentiegevoelige informatie heeft gekregen. De oude werkgever was bereid om het concurrentiebeding onder voorwaarden op te heffen. Mede daarom is niet aannemelijk dat de werknemer kennis heeft gekregen van concurrentiegevoelige informatie. De werknemer wordt onbillijk benadeeld, omdat het concurrentiebeding te ruim is geformuleerd en ziet op diverse markten. Voor werknemer is het vrijwel onmogelijk bij een ander bedrijf in dienst te treden. Het concurrentiebeding wordt geschorst.