De vrouw stelt dat de omvang van haar schuld als gevolg van overbedeling met inachtneming van de beginselen van redelijkheid en billijkheid lager moet worden gewaardeerd. De overbedelingschuld is berekend naar 25 november 2014 en heeft een voorwaardelijk karakter (de omvang van de schuld als de woning die dag zou zijn verkocht). Deze schuld is niet opeisbaar. De man woont in de woning en is voornemens daar te blijven wonen. De rente wordt betaald, zodat de hypotheekschuld niet opeisbaar is. De man moet de woning herfinancieren. Bovendien is er een aanzienlijk tijdsverloop sinds de taxatie en vertoont de economie en dus huizenprijzen een stijging, waardoor aannemelijk is dat nu of in de nabije toekomst de verkoopwaarde zal zijn toegenomen. Onder deze omstandigheden acht het hof het redelijk en billijkheid dat de overbedelingschuld op 65% van voornoemd bedrag wordt vastgesteld.