De moeder stelt dat de grootouders niet-ontvankelijk zijn in hun verzoek tot omgang, omdat zij niet meer in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind zouden staan. De enkele omstandigheid dat gedurende enige tijd geen omgang heeft plaatsgevonden, is niet voldoende om het eenmaal bestaande family life te doorbreken. Het hof overweegt dat de grootouders ontvankelijk zijn in hun verzoek, maar dat de rechtbank het verzoek tot omgang terecht heeft afgewezen. In aanvulling daarop overweegt het hof dat de minderjarige (met autistische beperking) een ernstig trauma heeft opgelopen door de scheiding van zijn ouders en het overlijden van zijn vader. De psycholoog heeft aangegeven dat een gedwongen omgangsregeling met de grootouders zal leiden tot groot onbegrip, woede, angsten en frustratie bij de minderjarige. Ter zitting is gebleken dat de situatie is verslechterd. De minderjarige gaat niet meer naar school en zijn dagbesteding is verder beperkt. Het hof overweegt dat er voldoende gronden zijn om de omgang tussen de grootouders en de minderjarige te ontzeggen, nu dit ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke lichamelijke ontwikkeling van de minderjarige.