Zorgregeling vaststellen

Na een echtscheiding kan het vaststellen van een zorgregeling voor de kinderen voor discussie zorgen. Beide ouders met of zonder ouderlijk gezag hebben hun eigen visie over welke zorgregeling in belang van de kinderen is. Soms komen ouder er niet uit wie de zorg voor de kinderen op welk moment op zich neemt, wie wanneer de kinderen ziet en wanneer het wisselmoment (met halen brengen) moet plaatsvinden. Deze problematiek kan (zeker als er nog andere geschilpunten zijn over de afwikkeling van het huwelijk) leiden tot een gespannen verstandhouding. Een moeizame omgang met de andere ouder is echter in het belang van de kinderen.

Contact stimuleren

Op allebei de ouders rust een verplichting om contact tussen de kinderen en de andere ouder te bewerkstelligen. Als ouder moet je verantwoordelijkheid nemen en je niet terugtrekken uit het leven van je kind, maar juist zorgen dat er een omgangsregeling tot stand komt. De andere ouder dient daarbij het contact en de omgang met de andere ouder stimuleren. In de rechtspraak is recent nog bepaald dat je als ouder niet achterover kan leunen. Er wordt een actieve houding van je verwacht. Het is immers in belang van het kind dat het contact en omgang heeft met beide ouders.

Omgang (met dwangsom) afdwingen

Indien er in onderling overleg geen zorgregeling tot stand komt (en er geen ouderschapsplan ligt) kan de rechtbank worden verzocht een (voorlopige) zorgregeling vast te stellen. Indien de vrees bestaat dat een zorgregeling niet wordt nagekomen, kan hieraan zelfs een dwangsom worden verbonden. Dit is een financiële prikkel. De ouder die de uitvoering van de zorgregeling belemmert, wordt op deze manier gedwongen alsnog de zorgregeling na te komen.

Door: Marjolein van Vliet