Werkgever maakt aanspraak op studiekosten. Werknemer stelt deze niet verschuldigd te zijn, omdat zij ten onrechte niet is teruggeplaatst in de functie van kandidaat gerechtsdeurwaarder, waardoor zij was genoodzaakt ontslag te nemen. Volgens de kantonrechter hebben partijen de intentie gehad dat als er plek beschikbaar zou zijn werknemer als kandidaat gerechtsdeurwaarder zal gaan werken. Dit is een voorwaardelijke verbintenis. De werkgever heeft de vervulling van de voorwaarde belet door de werknemer de functie van kandidaat gerechtsdeurwaarder niet aan te bieden. Daarbij heeft de werkgever verwezen naar de zwangerschappen van werknemer en heeft hij een andere (tijdelijke) werknemer in de functie benoemd, mede in verband met het zwangerschapsverlof van de werknemer. Dit doet het vermoeden rijzen van onderscheid naar geslacht. Werkgever heeft dat vermoeden niet kunnen weerleggen. Door de handelwijze van werkgever was er geen functie meer na haar verlof. Onder deze omstandigheden, mocht de werkgever van de werkneemster geen terugbetaling van de studiekosten verlangen.