De echtelijke woning is voor de één – ook na de echtscheiding – een thuis, terwijl de ander vooral op vervelende wijze wordt geconfronteerd met herinneringen. Toch speelt in de verdeling altijd de vraag: wordt de echtelijke woning aan één van partijen toebedeeld of wordt de echtelijke woning aan een derde verkocht.

De verdeling van de echtelijke woning is vaak een heikel punt. Als partijen er uitkomen wie in de woning mag blijven wonen (vaak de echtgenoot waarbij de kinderen het hoofdverblijf hebben), speelt de vervolgvraag of dat financieel ook haalbaar is. In geval van een koopwoning zal de andere echtgenoot immers slechts instemmen met toebedeling aan de andere echtgenoot onder de opschortende voorwaarde dat hij uit de hoofdelijkheid van de hypotheek wordt ontslagen. Alleen dan kan immers een nieuwe woning worden gekocht en wordt geen risico meer gelopen als de hypotheek van de echtelijke woning niet wordt betaald.

De meest makkelijke weg is in onderling overleg afspraken maken over de wijze van verdeling. Aspecten die dan spelen zijn: wie mag er in de woning blijven wonen? Welke waarde wordt gehanteerd als overnameprijs? Welke termijn wordt de echtgenoot gegeven om de woning over te nemen? En hoe worden de woonlasten tot de overnamedatum verdeeld (wel of geen gebruiksvergoeding)?

Als blijkt dat de echtgenoot na de overeengekomen termijn niet in staat is om de woning over te nemen en weigerachtig blijft de woning aan een derde te verkopen, kan in een procedure worden gevorderd dat de woning alsnog aan een derde wordt verkocht.

Als partijen er in de echtscheiding niet uitkomen en geen afspraken worden gemaakt over de echtelijke woning, kan de rechtbank worden verzocht de verdeling vast te stellen. In dat geval zal de rechtbank de woning ofwel aan één van de echtgenoten toebedelen, ofwel verkoop aan een derde bevelen. De rechtbank kan daarbij eveneens beslissen over zaken als de waarde van de woning (bindende taxatie), de termijn voor financiering (bijvoorbeeld drie maanden na de beschikking), de makelaar die eventuele verkoop moet leiden, vervangende toestemming als men bang is dat de andere echtgenoot niet meewerkt aan verkoop etc.

Zo oordeelde de Bosche voorzieningenrechter (ECLI:NL:RBOBR:2018:3280) dat partijen het echtscheidingsconvenant dienen na te komen. Daarin is afgesproken dat de woning aan een derde zal worden verkocht. Dat de man de woning kan overnemen, is onvoldoende om van de gemaakte afspraken af te wijken. Gelet op de stijgende huizenprijzen heeft de vrouw er belang bij de woning in de vrije verkoop te plaatsen en zo de hoogste mogelijke verkoopopbrengst te realiseren. De vordering van de vrouw om de man te verplichten mee te werken aan de verkoop wordt toegewezen.

Daarentegen oordeelde de Rotterdamse rechtbank oordeelde (ECLI:NL:RBROT:2018:4683) dat de woning aan een derde dient te worden gekocht, ondanks de toezegging van de man dat hij na de echtscheiding de woning zou overnemen. De man was door werkeloosheid daarin al 1,5 jaar niet geslaagd. Van de vrouw kan volgens de rechtbank niet langer worden gevergd dat zij in onverdeeldheid blijft en de woning dient aan een derde te worden verkocht.

Ook kan de rechtbank beslissingen nemen over de onder- of overwaarde van de echtelijke woning en hoe die moet worden verdeeld. Er zijn immers situaties dat éen van de echtgenoten stelt een vergoedingsrecht te hebben op de andere echtgenoot in verband met bijvoorbeeld de financiering van verbouwingen of aflossingen op de hypotheek met privégelden.

Kortom de verdeling van de echtelijke woning is soms niet alleen emotioneel een moeilijk vraagstuk in de echtscheiding, maar ook juridisch en financieel. Dat is niet in belang van partijen en in het bijzonder van betrokken kinderen. Zeker niet als de onzekerheid over de verdeling van de echtelijke woning lang duurt. Het is daarom verstandig om tijdig (juridisch) advies in te winnen over het echtelijke woning vraagstuk.

Door Marjolein van Vliet